Handel in dwangmatige nevenproducten

De Reststoffenunie

De Reststoffenunie bv is een gezamenlijke onderneming van alle waterbedrijven in Nederland. De Unie sluit met waterschappen - en ook met andere bedrijven - contracten af voor de levering van grondstoffen als waterijzer en kalk.

Dit zijn wat men noemt dwangmatige nevenproducten bij de drinkwaterproductie, die tegen relatief lage prijs kunnen worden aangeboden. Anders zouden de producenten kosten moeten maken om ze kwijt te raken.

De waterschappen zijn gretige afnemers van waterijzer, dat zij gebruiken in zuiveringsproces als defosfatiseringsmiddel. Ook de bakstenenindustrie maakt er gebruik van terwijl het nevenproduct kalk ondermeer zijn weg vindt in de bouw, de energiesector en de staalindustrie.

De waterbedrijven hebben de Reststoffenunie in 1994 opgericht omdat zij het voordeel zagen van een gezamenlijke aanpak van hun afvalprobleem. Als enige aandeelhouders houden zij zeggenschap over de activiteiten van de Unie.

Er is geen afval, er is alleen markt

Een voorbeeld van vergaande horizontale samenwerking in de waterwereld is de Reststoffenunie. Daar vinden de waterbedrijven elkaar in het antwoord op de gezamenlijke vraag: wat doen we met onze afvalstoffen? Reststoffenunie neemt het probleem niet alleen weg, maar maakt het zelfs te gelde.

Ten Wolde, Wageningen-ingenieur met meer dan dertig jaar ervaring in verschillende bedrijfstakken, straalt een en al openheid uit. Nog voor het interview begint, vertelt hij enthousiast over zijn zakenreis naar China waarvan hij zojuist is teruggekeerd. Tegelijkertijd stapelt hij de stukken van een net beëindigde financiële bespreking op en vervolgt: we staan er prima voor; toch prettig om weer even te weten. Onbewust onderstreept hij zo een van de door hem genoemde succesfactoren van zijn bedrijf: openheid en transparantie. “Ik vind het heel belangrijk dat je als zakenpartners open onderhandelingen voert. Daar kun je allebei voordeel uit halen. Kijk naar ons bedrijf. Onze producten zijn wat we noemen dwangmatige nevenproducten. Dwangmatig omdat de productie ervan blijft doorgaan zolang er drinkwater wordt geproduceerd. Je staat dan zwak in de markt, want de leveranciers, de waterbedrijven dus, moeten het op een verantwoorde manier zien toe te passen. Aan de andere kant zijn deze nevenproducten volwaardige grond- of hulpstoffen voor diverse bedrijfstakken. En dat zijn onze afnemers. Zij weten van ons dat we ervan af moeten. Wij weten van hen dat ze onze producten uitstekend kunnen gebruiken. Als je daar allebei openhartig over bent, kun je de winst verdelen.”

Toepassingsgebieden grondstoffen

Ten Wolde geeft een spoedcursus over een aantal reststoffen die opnieuw toegepast worden. Hij noemt waterijzer, een zelf verzonnen term voor ijzerslib dat ongunstige associaties oproept. Waterijzer wordt zowel in de baksteenindustrie gebruikt - onder meer als kleurstof - als voor biogasontzwaveling. Ook wordt het toegepast bij de afvalwaterzuivering, waarin het ijzeroxide zich chemisch bindt met daarin aanwezige fosfaten. Een andere reststof met commerciële waarde is kalk, vooral als gevolg van de toenemende behoefte aan ‘zacht’ water. Corus gebruikt het in haar productieproces, het wordt gebruikt als isolatiemateriaal in de kruipruimtes van woonhuizen en NUON gebruikt de kalk in haar kolengascentrale in Buggenum om vliegas te hechten. Kortom kalk is een grondstof met veel toepassingsgebieden. “Eigenlijk zijn wij gewoon een handelsonderneming: we kopen in en verkopen, regelen het transport en de vergunningen, administreren en doen alles wat er bij zo’n bedrijf hoort. We zijn een bv en de aandelen zitten bij de waterbedrijven. Zij zijn niet alleen aandeelhouder in financiële zin maar ook inhoudelijk. Tweemaal per jaar komen ze bijeen. Dan gaat het ook over geld, maar vooral over ons product. Ik vind dit een prima constructie. Overheden zouden dat veel meer moeten doen: breng alles wat niet tot je kerntaak behoort ergens onder en zorg dat je via aandeelhouderschap invloed blijft houden op zo’n onderneming. En doe dat dan zoveel mogelijk samen met anderen die in hetzelfde schuitje zitten. In onze reststoffenunie werken wij zo al twaalf jaar,” zegt Ten Wolde.

Toename efficiency

Reststoffenunie is in 1995 opgericht. De waterbedrijven zagen toen al in dat afzet van hun afvalstoffen in collectief verband veel doelmatiger gerealiseerd kon worden dan door elk van de toen nog 24 bedrijven individueel. De druk door nationale en Europese wetgeving was groot en dat hielp de snelle start van de Reststoffenunie. In de sector was daar veel draagvlak voor. Door de toename van de efficiency zouden de kosten van verwijdering immers aantoonbaar omlaag gaan.
Ten Wolde: “Die efficiency dus. Daar ging het om en daar gaat het nog steeds om. En efficiënt zijn we. We hebben hier een kantoor met vijf medewerkers (4FTE). Als je onze overheadkosten afzet tegen de totale overhead van de waterbedrijven samen als zij zelf hun reststoffen zouden regelen: dat is niet te vergelijken. Dat was van meet af aan duidelijk. Ik denk ook dat zo’n samenwerkingsconstructie pas kan slagen als je van tevoren het grote voordeel voor iedereen kunt aantonen.”

Kennis verzilveren

“Het vinden van klanten is een ander verhaal. Aanvankelijk was er aarzeling bij potentiële afnemers, maar gaandeweg groeide ook aan die kant het besef dat onze grondstoffen voordeel bieden: betrouwbare aanvoer, voordelig in prijs en van goede en constante kwaliteit. Bakstenen met kleurstof van waterijzer bijvoorbeeld worden als mooier, warmer aangemerkt dan die met traditionele kleurstoffen.”
De directeur van Reststoffenunie is niet zo bang voor concurrentie. “Er is weliswaar geen verplichte winkelnering, maar we hebben een behoorlijke voorsprong op de markt. Wij hebben de kennis en een jarenlange vertrouwensrelatie met onze afnemers. Daar breek je als nieuwkomer niet zo gemakkelijk in.”

Ondertussen zet het bedrijf zijn schreden ook buiten de waterbranche. Ten Wolde: “Jazeker, want er zijn nog zoveel andere afvalstoffen die elders als grondstof bruikbaar zijn. En wij hebben ervaring opgebouwd hoe je leveranciers en afnemers bij elkaar kunt brengen. Daarom opereren we in andere sectoren en ook in buitenland. En tenslotte proberen we onze kennis te verzilveren door adviseurschap. Daarom was ik in China.”
Zo heeft zich een uit nood geboren samenwerking ontwikkeld tot een bloeiend bedrijf, waarin het belang van de watersector gegarandeerd blijft dankzij de bv-constructie met de waterbedrijven als aandeelhouders.



TwitterFacebookLinkedInE-mailWindows Live